2) Het verhaal van Guus hoe hij vecht tegen zijn hersentumor: astrocytoom graad 4.
10 januari 2010: Voor actuele informatie over behandelingen bij hersentumoren ga naar kankersoorten hersentumoren en/of zie ons rapport hersentumoren actueel.
Door Guus Tóth, 33 jaar
De klachten
Midden februari 2002 merkte ik dat er langzaam maar zeker iets fout ging. Een vreemde druk in mijn hoofd, achteruitgang in de linker motoriek, trager worden en kleine fouten in het dagelijkse leven. Op mijn werk kreeg ik een black-out tijdens een telefoongesprek met een zakenrelatie. Hier schrok ik zo van dat ik mijn moeder heb gebeld en vervolgens naar haar toe ben gegaan. Aldaar kwam ik erachter dat ik nauwelijks meer kon traplopen (mijn woning is gelijkvloers).
Bij mijn huisarts kon ik pas na drie dagen terecht. Ik heb niet aangedrongen en niet gemeld dat het dringend was. Mijn moeder was er niet gerust op en belde haar eigen huisarts. Daar kon ik direct terecht. Deze arts dacht dat ik overspannen was, maar dat kon ik niet geloven omdat ik geen stressvol bestaan leid.
Op vrijdag 1 maart heb ik mijn eigen huisarts bezocht. Hij heeft iets meer testen gedaan, sloot overspannenheid niet uit, maar vertrouwde het toch niet en stuurde mij door naar een neuroloog. Ik was er de gehele tijd zeker van dat ik niet overspannen was en had al besloten zelf naar het ziekenhuis te gaan als mijn huisarts mij niet doorverwezen zou hebben.
De diagnose
Toen ik op woensdag 13 maart 2002 naar het Meander ziekenhuis in Amersfoort (locatie Elizabeth) reed, kreeg ik stuipneigingen in mijn linkerbeen en mijn onrust nam verder toe. In het ziekenhuis heb ik gesproken met Dr. Bijlsma. Een arts in opleiding deed een aantal testen en informeerde Dr. Bijlsma, die er vervolgens zelf ook nog een aantal deed. De heer Bijlsma gaf opdracht om direct een CT-scan (noot red.: zie vragen en antwoorden no. 36 met meer informatie over verschil in scans en gevaren van bv. contrastvloeistof) te laten maken.
Op de uitslag van die CT-scan kon ik wachten. Nadat deze door Dr. Bijlsma bestudeerd was, liet hij mij de foto zien en vertelde dat er een tumor met een flinke cyste met vocht in mijn hoofd zat. Hij wilde me direct opnemen. Dat heb ik laten doen na eerst naar huis te zijn gegaan om mensen te bellen en enkele spullen te halen.
Ik heb drie dagen in het Elizabeth ziekenhuis gelegen. Er werden MRI-scans gemaakt en een röntgenfoto van mijn borstkas om op uitzaaiingen te controleren. Een bloed- en urine onderzoek, en er werd een hartfilmpje gemaakt. Dr. van der Zwan, de chirurg, kwam langs en legde uit hoe hij ging opereren en dat het een routine operatie was. Een half uur later kwam de neuroloog om te informeren of de chirurg al geweest was en vroeg wat er besproken was. Hij heeft ons voorzichtig voorbereidt dat het wel eens kwaadaardig kon zijn.
De operatie in Utrecht
Maandagochtend 18 maart had ik ineens geen gevoel meer in mijn linker arm. Ik was bang dat ik daar verlamd was geworden. Direct Dr. Bijlsma gebeld en ik kon meteen bij hem terecht. Toen ik daar aankwam had ik al iets van gevoel terug. Op deze dag kreeg ik voor het eerst het medicijn Dexamethason toegediend.
Maandag 25 maart moest ik mij inschrijven in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Hier hebben diverse personen (zaalarts, arts in opleiding en een aantal assistenten) mij uitgebreid onderzocht. Verder zijn er bloedonderzoeken gedaan en er werd mij verteld dat ik normaal opgenomen zou worden. Ook de chirurg komt langs en vraagt hoe ik mijn haar wil hebben; de gehele haardos verwijderen of alleen daar waar het luikje zou komen. Er is mij tot dat moment niets verteld over de risico's en ik heb er niet naar gevraagd. Ik wist dat ik geopereerd zou worden en dat ze mogelijk niet alles weg zouden kunnen halen. Het vervolg van de behandeling zou afhankelijk zijn van de aard van de tumor. Als het kwaadaardig was zou ik nadien bestraald worden.
Ik heb me tot dat moment helemaal overdonderd gevoeld en mijn wereld stond op z'n kop. Overspannen was me liever geweest.
Woensdag 27 maart, de operatie was een succes. Uit de narcose gekomen merkte ik dat de druk uit mijn hoofd verdwenen was. Ik leefde nog en wilde eieren met spek… De volgende ochtend mocht ik naar mijn kamer terug. Prof. Dr. van der Zwan kwam langs en vertelde dat 99% van de tumor (voor zover onder de microscoop te zien) verwijderd was. Ik was allang blij met de enorme verlichting in m'n hoofd en terugkeer van lichaamfuncties - niet wetende hoe hard die ene procent zou gaan groeien door de verse zuurstof die het kreeg.
Op 11 april hadden we een afspraak met Dr. van der Zwan voor de bespreking van het weefselonderzoek. We kregen te horen dat de tumor kwaadaardig was: een Astrocytoom, graad 4. Dat hij kwaadaardig was, was voor mij geen verassing omdat Dr. Bijlsma deze verwachting al voorzichtig uitgesproken had. Ons werd verteld dat dit één van de ergste hersentumoren is die je kunt krijgen! Dr. van der Zwan gaf aan dat ik bij deze tumor een levensverwachting had van 4 maanden tot 4 jaar. Echter, op de Website van het ziekenhuis waar ik onder behandeling was (het UMC) stond dat de levensverwachting in mijn situatie niet meer dan 12 maanden is.
De Bestraling
Op advies van Dr. van der Zwan heb ik ingestemd met een bestralingsbehandeling. Op 17 mei 2002 werd er een masker aangemeten en de bestraling begon voor het eerst op 22 mei. Ik heb in totaal 30 bestralingen gehad, wat voor mij het maximaal toegestane was.
Op vrijdag 21 juni, na de 22ste bestraling kreeg ik m'n eerste grand-mal epilepsie aanval. Dit gebeurde in de auto, onderweg naar vrienden. Met een ambulance ben ik naar het Ruwaard van Putten ziekenhuis in Spijkenisse gebracht en kreeg daar op de eerste hulp een tweede aanval. Ik lag toen alleen en ben van de brancard gevallen, op mijn hoofd. Er werd onmiddellijk een CT-scan gemaakt. Op die foto was geen schade aan de schedel te zien, maar er bleek wel een stukje tumor zichtbaar te zijn, en dat na 22 bestralingen! De moed zonk me in de schoenen.
Als behandeling tegen de epilepsie kreeg ik rivotril toegediend en op maandag 24 juni ben ik daar ontslagen. Die val op m'n hoofd heeft grote gevolgen gehad, in positieve zin. Straks meer daarover.
Er hebben zich verder geen incidenten meer voltrokken tijdens de bestralingsperiode.
Ik heb een afspraak gemaakt met Dr. Bijlsma voor het maken van een MRI-scan op maandag 29 juli 2002, deze is besproken op vrijdag 2 augustus 2002.
Zoeken naar alternatieve behandelingen
Via een buurman (noot redactie: Guus kwam eind mei bij mij via een gezamenlijke kennis/vriend die Guus kende en mij vertelde dat Guus bij mij in de straat woonde. We hadden elkaar nog nooit gezien vreemd genoeg terwijl Guus zijn huis vanuit mijn zolderkamer te zien is) die bij de website kanker-actueel.nl betrokken is, ben ik bij Drs. Valstar terecht gekomen. De heer Valstar schreef mij een aantal vitaminepreparaten, voedingssupplementen en goede voeding voor. Daarmee ben ik een nieuwe weg ingeslagen. Dit met 100% ondersteuning van mijn moeder, zus Erika en broer Alex, die zijn baan in Engeland opgezegd had en mij sindsdien elke dag met raad en daad bijstaat.
Ik wilde me niet neerleggen bij mijn levensverwachting en heb een tweede mening gezocht in de Daniël den Hoed kliniek. Daar werd bevestigd dat een chemokuur weinig tot geen zin had. De kans dat zo'n kuur zou aanslaan was kleiner dan 10% zo vertelde mevrouw Dr. Enting. Gentherapie werd in sommige gevallen gedaan als het recidief operabel zou zijn, maar ze konden eigenlijk niets voor mij betekenen.
Via familie werd onze aandacht gevestigd op iemand die terminaal kankerpatiënt was en bij een therapeut een behandeling had ondergaan op basis van bio-resonantie. Het verhaal was dat deze persoon voor de behandeling een levensverwachting had van enkele weken en na de behandeling weer liep en zelfs weer aan het werk zou zijn. We kregen met veel moeite het adres en hebben die man gebeld om nader informatie in te winnen. Deze patiënt vertelde zijn verhaal; hij had naast botkanker, darmkanker en leverkanker in zijn gehele lichaam uitzaaiingen. Hij was min of meer op een brancard binnengebracht bij de therapeut met een zeer slechte levensverwachting. Nu kon hij weer verder leven met acceptabele beperkingen.
Na dit gesprek heeft mijn moeder meteen naar deze praktijk, Eye4care in Harlingen, gebeld en een afspraak gemaakt voor een consult op 30 juli. Op dat consult zou er een test en een proefbehandeling gedaan worden, waarna de therapeut eerlijk zou vertellen of hij mij succesvol zou kunnen behandelen. Mijn linkermotoriek was die maand juli alweer hard achteruit gegaan en ik werd steeds suffer en trager - de klachten waren terug. De test en de proefbehandeling toonden aan dat ik inderdaad succesvol behandeld kon worden. We hebben in de buurt van de behandelkliniek een hotelkamer geboekt en zijn de volgende dag met de behandeling begonnen, er was geen tijd te verliezen.
De tweede MRI-scan
Omdat ik onder alternatieve behandeling was, heeft Alex op vrijdag 2 augustus de honneurs voor me waargenomen bij Dr. Bijlsma voor de bespreking van de MRI-scan van maandag 29 juli. De resultaten van die scan vielen zwaar tegen, de tumor was groter dan hij ooit geweest was! Zelfs groter dan vlak voor de operatie. De dokter zei dat het "slecht gaat met Guus" en hij hoopte dat "hij snel versuft". Alex belde me op met dat nieuws, waar ik zwaar van ondersteboven was. Hypnotherapie moest er aan te pas komen om me weer rustig te krijgen. Ik vroeg de therapeut en zijn assistent of ze ook wel eens in het weekend werkten. "Tuurlijk", zeiden ze. Later bleek dat ik de eerste was voor wie ze dat deden. 's-Middags kwam Alex langs met kopieën van de MRI-scan en die lieten zien dat het inderdaad foute boel was. (noot redactie: Samen met Guus heb ik begin september de scanfoto's van 29 juli nogmaals bekeken en dat zag er inderdaad niet goed uit, een grote witte vlek in de scan toonde de grootte van de tumor - zowel Guus als ik zijn geen arts en wisten niet echt wat het allemaal betekende, maar zo'n grote tumor in je hersenen leek niet goed te zijn dat was wel duidelijk)
De resonantie therapie
De therapeut en zijn assistent gingen met me aan de slag met verschillende apparaten. Wij begrepen dat de tumor in resonantie gebracht zou worden waardoor zijn activiteit tot staan gebracht en mogelijk verkleind zou worden. Daarnaast moest de polariteit van het lichaam weer neutraal worden. Volgens metingen was mijn -/+ verhouding 60/40, een gevaarlijke waarde, en dat moest 95/5 worden. De tumor werd dagelijks bestookt met bio-blauw, een buis met een hoge frequentie dat de tumor met de lage frequentie van 2-3 Hz aanvalt, en om de dag met N2 (stikstof). Daarnaast werd het hele lichaam gezuiverd met een zapper (zie website van Hulda Clark wat een zapper is) en gestabiliseerd op een magneetbank. (Noot red: informatie over deze vorm van behandelen te verkrijgen bij info@eye4care.nl . Verder staat op de pagina andere alternatieven een en ander over bio-resonance en bio-informatietherapie met ook andere adressen).
De resultaten mochten er zijn, iedere dag ging het weer een beetje beter met me. De eerste week was erg zwaar. Mijn lichaam moest wennen aan de behandeling en ik lag vaak op bed. Had geen energie meer om ook maar iets te doen. Maar er zat duidelijk verbetering in mijn situatie, langzaam maar zeker kwamen kleine motorische handelingen terug. Na twee weken kon ik mijn rug weer afdrogen en gingen andere dingen als knoopjes vastmaken, veters strikken en typen ook weer beter. Ik bewoog minder traag en viel nog eens kilo's af (iets wat ik al graag wilde). Ik had alleen nog moeite met mijn evenwicht.
Ongeveer eens in de twee weken kreeg ik een zware epileptische aanval. Dat was al zo sinds de eerste aanval, maar er was een verschil, de aanvallen kwamen niet meer in paren en af en toe kon ik een aanval afwenden. In de vierde week van de behandeling kreeg ik last van mijn ogen, ik ging dubbel zien en dat was behoorlijk frustrerend. Maar dat bleek slechts een korte terugval, na verdere behandeling was dat gelukkig snel voorbij.
In de maand juli groeide er langzaam een vreemde harde punt uit m'n schedel, die de huid eromheen wit maakte. Ik vond het merkwaardig en wist niet wat ik er mee aan moest. Die punt werd in augustus behandeld met magneetpleisters en ging enkele dagen daarna open. Er kwam een flinke hoeveelheid stinkende, lichtgroene drab uit. Waarschijnlijk is door de val op m'n hoofd het luikje van de operatie losgeschoten en konden afvalstoffen nu rechtstreeks naar buiten. De punt was zacht geworden en continu met magneetpleisters bestookt tot er niets meer van over was.
Na vier weken was ik zodanig opgeknapt, dat het niet meer nodig was om me in de praktijk te laten behandelen. Dat kon nu ook thuis. We hadden de nodige apparaten aangeschaft en enkele andere in bruikleen meegekregen. Ik zou me dan nog eens per week laten controleren.
Tijdens de behandelperiode thuis waren er weer bulten op mijn hoofd ontstaan. Toen die rijp waren gingen ze open en kwam er pus uit. Eerst een beetje, later behoorlijk veel. In de zesde week (mid-september) was er nog een grote bult bovenop mijn hoofd ontstaan, onder het operatielitteken. Ook verzamelde er zich vocht bij mijn oogkassen, zoveel dat m'n ogen helemaal dicht zaten. Drie dagen later had m'n lichaam het afgevoerd. De grote bult was intussen ook opengegaan. Daar kwam zoveel pus uit dat je er een heel brood mee kon besmeren. Allemaal afvalstoffen die het hoofd uitgejaagd werden. Prachtig!! (noot redactie: Ik ben 12 september met Guus mee geweest naar de kliniek en heb alles wat hij hier verteld met mijn eigen ogen zien gebeuren. bv. toen Guus werd getest op bepaalde bio-waarden kreeg hij een draadje op zijn arm/pols vastgemaakt dat verbonden was aan een computer. Daarop verschenen bepaalde uitslagen. Ik was daar toch wel wat sceptisch over, maar als zijn broer Guus aanraakte op zijn hoofd stegen die waarden onmiddellijk. De therapeut vertelde mij dat dat komt omdat er dan twee energiestromen gemeten worden. En hij demonstreerde het via aanraking van Guus en elke keer stegen die waarden tot bijna het dubbele. Daarna werd Guus behandeld met 'magneetstaafjes/buisjes' en zag ik inderdaad vanuit twee kleine openingen in zijn schedel een klein stroompje vocht/pus komen. Guus vertelde me later dat dit steeds verlichting van de druk op zijn hoofd gaf. Als laatste ging Guus met een andere medewerker naar een apart kamertje en werden er centimeter voor centimeter steeds twee buisjes met een lichtblauw gas - zuurstof - op zijn schedel geplaatst. Blijkbaar werd die plaats dan heel warm want na tien, soms twintig seconden moesten de buisjes worden verplaatst omdat Guus het niet meer uithield van de hitte. In feite ontstond zo binnenin Guus zijn hoofd een vorm van hyperthermie vertelde de behandelaar mij later. Tot slot ging Guus nog 20 minuten rusten in de daar gereedstaande magneetbank. Ik moet zeggen dat ik met grote verbazing en ook wel bewondering heb gekeken naar deze behandeling. Zeker omdat ik Guus de afgelopen maanden heb gevolgd en heb gezien hoe hij zienderogen verbeterde. De sfeer was uitermate goed tussen behandelaars en Guus en zijn familie. Daar ontmoette ik ook Margreet van Sytzama die het boek 'Omslag in Denken' schreef over hoe zij van haar borstkanker met uitzaaiingen afkwam nadat ze was gestopt met alle chemo en bestralingen en daarna door het Moerman/Houtsmullerdieet en deze bio-resonance therapie zienderogen verbeterde)
De derde MRI scan
Voor woensdag 18 september 2002 hadden we een afspraak staan om een nieuwe MRI scan te laten maken. Ik had verzocht dit zonder contrastvloeistof te laten doen en dat werd gehonoreerd. (noot red: zie gevaren contrastvloeistof: vragen en antwoorden no. 36) Op woensdag 25 september gingen we bij Dr. Bijlsma langs om de uitslag te bekijken. De tumor leek onveranderd. Niet gegroeid, niet gekrompen. We hadden gehoopt dat hij gekrompen zou zijn. De dokter had geen verklaring voor het feit dat mijn motoriek zoveel beter was en dat ik zo was opgeknapt. Later die dag lieten we de scan aan onze therapeut zien en hij was tevreden met de resultaten. (noot redactie: de bio-resonance-behandelaar van Guus vertelde mij over de telefoon dat de grootte van de tumor weliswaar niet was veranderd maar volgens hem was uit het verslag wel te lezen dat de structuur van de tumor was veranderd. Wat dat precies betekent weet ik niet).
Eind september 2002 was ik zodanig hersteld dat ik alles kon doen wat ik voor mijn ziekte ook kon. Mijn behandelaar adviseerde mij wel uiterste voorzichtigheid te betrachten betreffende het mogelijk stoten van mijn hoofd. (Noot redactie: omdat ik alles met eigen ogen heb zien gebeuren afgelopen maanden was ook ik zeer onder de indruk van wat er met Guus allemaal gebeurde. Normaal gesproken is het nog slechts een kwestie van enkele weken als je door een astrocytoom graad 4 al epilepsie- aanvallen krijgt, verlammingsverschijnselen in handen en armen enz. Het spectaculaire herstel van Guus is dan ook zeer bijzonder. Ik heb wel arts/bioloog Valstar nog eens gepolst en deze vertelde mij dat ook hij verrast was door dit herstel van Guus, maar hij gaf m.i. toch ook wel een min of meer logische verklaring voor dit herstel. Valstar vertelde mij dat de verlammingsverschijnselen en epilepsieaanvallen bij Guus waarschijnlijk veroorzaakt zijn door het vocht van een ontsteking in zijn hoofd. Het vele pus legt dan een grote druk op de zenuwen en hersenen waardoor functieverlies kan ontstaan. Door het uitbreken van dat vocht/pus via de gaatjes in zijn schedel werd die druk op zijn zenuwen en hersenen minder en herstelden zijn functies daardoor. Daarbij gebruikt Guus het Houtsmullerdieet, bepaalde natuurlijke supplementen die allemaal een goed effect hebben op zijn weerstand en een antioxidant werking hebben. Samen met de intensieve bio-resonance behandeling en zijn dagelijkse dosis dexamethason krijgen zo ontstekingen geen kans meer. Maar bijzonder blijft het dat een zo agressieve en snel groeiende hersentumor - astrocytoom graad 4 - nu blijkbaar al twee maanden stil staat in groei. En stilstand bij kanker en zeker bij deze vorm van kanker is pure verbetering en zeer hoopvol.)




