LEUKEMIE
Informatie over actuele ontwikkelingen in zowel reguliere als alternatieve en/of aanvullende behandelingen en middelen bij leukemiesoorten in alle stadia. We hebben specieke berichtgeving over verschillende soorten van leukemie op alfabetische volgorde gezet, dus ALL als eerste, maar soms staat het middel, bv. Gleevec vooraan in die alfabetische lijst. Hiermee hopen we dat u nog sneller en beter uw informatie kunt vinden.
CLL - Chronische Lymfatische Leukemie: Tyrosine kinase (BTK) - remmer PCI 32.765 zorgt voor opmerkelijk langere ziektevrije tijd met veel minder bijwerkingen bij patiënten met recidief van CLL. Artikel geplaatst 12 december 2012
Aan dit artikel is enkele uren gewerkt. Opzoeken, vertalen, plaatsen enz. Als u ons wilt ondersteunen dan kan dat via een al of niet anonieme donatie. Elk bedrag is welkom hoe klein ook. Klik hier als u ons wilt helpen kanker-actueel online te houden
12 december 2012: Bron: American Society of Hematology (ASH) 53rd Annual Meeting
Een nieuw medicijn, de Bruton's tyrosine kinase (BTK) - remmer PCI 32.765 geeft opmerkelijk veel langere ziektevrije tijd met veel minder bijwerkingen dan bij chemo bij patiënten met een recidief van CLL - chronische lymfatische leukemie. Op het jaarlijkse congres in Amerika over hematology presenteerden onderzoekers een tussen evaluatie van een gerandomiseerde fase II studie die door de collega's als opmerkelijk goed werd ontvangen. PCI-32765 is een oraal in te nemen middel dat een onomkeerbare remmer is van de zogeheten Bruton's tyrosine kinase (BTK).
De studie omvat twee groepen van patiënten met CLL (n = 61): diegenen die niet eerder behandeld waren en in leeftijd 65 jaar of ouder, en patiënten met recidiverende / refractaire ziekte (ziekte komt steeds terug na succesvolle behandelingen) na ten minstens twee eerdere therapieën, inclusief fludarabine. Patiënten kregen elke dag in cycli van 28 dagen oraal PCI-32.765 toegediend tot progressie van de ziekte optrad.
1 groep (n = 27) kregen 420 mg (samengesteld uit patiënten die niet eerder waren behandeld en patiënten met recidiverende / refractaire ziekte), en de andere groep (n = 34) kregen 840 mg per dag (deze groep bestond uit alleen patiënten met recidiverende / refractaire ziekte).
De resultaten die werden gepresenteerd:
De mediane follow-up tijd, dus ziektevrije tijd in dit geval want de behandeling stopte als er sprake was van een recidief, voor de 420-mg groep was 10,2 maanden en 6,5 maanden voor de 840 mg groep. Het gemiddelde van voorafgaande behandelingen voor de 420-mg groep was 3 (range, 2 - 10), en voor de 840 mg groep was dat 5 (totaal bereik, 1 - 12). Daarnaast was bij 72% van de patiënten sprake van een slechte moleculaire functie en daarmee waren deze patiënten zogeheten hoog risico patiënten, wat betekent dat ze een erg grote kans op een recidief hadden.
Bij een mediaan van 10,2 maanden follow-up, had 70% van de patiënten die een lagere dosis van PC-32765 kregen een objectieve respons - de behandeling sloeg aan volgens de gemeten waarden. Dit is een stijging van 48%, die aanvankelijk werd gezien bij 6,2 maanden mediane follow-up.
De objectieve mate van respons was 44% bij 6,5 maanden mediane follow-up voor patiënten die een hogere dosis van het middel hadden gekregen. Daarnaast bleek bij 19% van de patiënten in de lage dosis groep en 35% aan wie de hogere dosering was gegeven een gedeeltelijke respons van de groei van de lymfklieren (> 50% daling van de totale lymfekliergrootte).
De totale respons lijkt onafhankelijk te zijn van de moleculaire risico factoren en 82% van de patiënten (50/61, 420 mg-cohort, 22/27, 840 mg-cohort, 28/34) kon doorgaan met de PCI-32765 behandeling. Tot nu toe hebben slechts 8% (5 / 61) van de patiënten een aantoonbare progressieve ziekte.
Na 6 maanden was de progressie-vrije overleving 92% bij de patiënten die 420 mg PCI-32765 kregen en 90% in de 840 mg groep.
De belangrijkste bijwerking was diarree, die meestal mild was en ging meestal vanzelf weg zonder medicijngebruik.
Slechts bij 2 patiënten werd de behandeling als gevolg van bijwerkingen onderbroken, terwijl 6 patiënten een lagere dosis nodig hadden van de PCI-32765 dosis (420 mg-cohort, 2 / 27; 840-mg cohort, 4 / 34). Graad 1 of 2 diarree, vermoeidheid, misselijkheid en blauwe plekken zijn de meest frequent gerapporteerde bijwerkingen en werden gemeld bij 38% van de patiënten. Ernstige bijwerkingen, graad 3 of meer, die mogelijk werden beschouwd als gerelateerd aan de PCI-32765 deed zich voor bij 21% van de patiënten.
Een onafhankeljk deskundige merkte op: "Wat zo interessant is aan deze resultaten is dat van de behandelde patiënten, ongeveer 70% een hoog risico op een recideif had door moleculaire en cytogenetische kenmerken en dat het gemiddelde aantal van voorafgaande behandelingen lag tussen de 3 en 5, afhankelijk van de lage of hoge dosis groep, Dus de objectieve reacties zijn echt heel opmerkelijk voor deze zwaar voorbehandelde hoog-risico populatie."
Hier een gedeelte uit een groter artikel dat Medscape over deze studie schreef. het gehele artikel kunt u lezen als u hier klikt.
High Progression-Free Survival
PCI-32765 is the first drug developed to target BTK, and the trial included 2 cohorts of patients with CLL (n = 61): those who were previously untreated and were aged 65 years or older, and those with relapsed/refractory disease after at least 2 prior therapies, including fludarabine. Patients were treated with oral PCI-32765 administered daily for 28-day cycles until progression of disease.
One group (n = 27) received 420 mg (previously untreated and relapsed/refractory), and the other group (n = 34) received 840 mg daily (relapsed/refractory). Dr. O'Brien reported only on the patients with relapsed/refractory disease.
The median follow-up time for the 420-mg cohort was 10.2 months; it was 6.5 months for the 840-mg cohort. The median number of prior treatment regimens for the 420-mg cohort was 3 (range, 2 - 10), and for the 840-mg cohort it was 5 (range, 1 - 12). In addition, 72% of patients had at least 1 poor-risk molecular feature: del(17p), 31%; del(11q), 33%; immunoglobulin heavy chain unmutated, 57%.
At a median of 10.2 months of follow-up, 70% of patients who received a lower dose of PC-32765 achieved an objective response. This is an increase from 48%, which was initially reported at 6.2 months median follow-up.
The objective response rate was 44% at 6.5 months median follow-up for patients who received a higher dose of the agent. In addition, 19% of patients in the low-dose group and 35% who received the larger dosing achieved a nodal partial response (>50% reduction in aggregate lymph node size) with residual lymphocytosis.
The authors note that in the majority of patients, there was a transient phase of lymphocytosis, which typically peaked during the first 2 months of therapy and resolved over time. The overall response rate appears to be independent of molecular risk features, and 82% of patients (50/61; 420-mg cohort, 22/27; 840-mg cohort, 28/34) continue to receive PCI-32765. Thus far, only 8% (5/61) of patients have had progressive disease.
At 6 months, progression-free survival is 92% among patients receiving 420 mg PCI-32765, and 90% in the 840-mg cohort.




