4. Prostaatkanker een persoonlijke ervaring

Alhoewel geen echte gezondheidsfreak, ben ik mij er immer terdege van bewust geweest, dat de juiste voeding en veel beweging voorwaarden zijn voor een gezond lichaam; daarenboven geldt dan nog: mens sana in corpore sano.

Voor die beweging trimde ik vrijwel elke dag circa 40 minuten; voor een gezonde voeding bleken de opvattingen nogal uiteen te lopen, getuige opvallende tegenstrijdigheden in sommige dieetvoorschriften. Overigens ben ik er pas sinds kort achter gekomen, dat het “juiste” dieet in algemene zin nauwelijks bestaat, doch dat zulks een persoonlijke interpretatie behoeft, getuige videobeelden van een confrontatie van afgenomen bloed met verschillende voedingsbestanddelen (waarover hierna meer).

Tot mijn 59ste bleef ik gevrijwaard van elke ziekte, beschikte ik over een schier onuitputtelijke energie en een uitstekende conditie. Op 31 oktober 1996 werd ik echter, op weg naar mijn auto, overvallen door een snel opkomende, hoge koorts; zodanig, dat ik door het trillen nauwelijks in staat was het portierslot te openen. Bij thuiskomst bleek mijn temperatuur 40.3 te zijn. Aangezien de koorts bleef aanhouden, hebben we na 4 dagen een arts geraadpleegd, die een ontstoken prostaat diagnosticeerde. Ondanks Tarivid Ofloxacine en Carbasalatum Calcium bleef de koorts, zij het op een wat lager niveau, aanhouden, reden waarom een uroloog werd geraadpleegd.

De bloedtest gaf daarbij een psa-waarde aan van 23.4 waarbij enig manipulatie-effect niet kan worden uitgesloten (tolerantiewaarde tussen 0 en 4). Medicatie: Ciproxin 250 gedurende 21 dagen. Opmerking: psa staat voor Prostaat Specifiek Antigeen; het betreft hier een z.g. "kankermarker", die in het onderhavige geval de progressie aangeeft van prostaatkanker en/of prostatitis (een ontsteking van de prostaat).

Op 8 januari 1997 uitte de uroloog de verdenking van prostaatcarcinoom en bracht een punctie, eventueel gevolgd door bestraling en een chemokuur ter sprake. Aangezien de psa inmiddels -door de werking van het antibioticum- was gezakt van 23.4 naar 15.7 achtte ik deze benadering destijds wat te rigoureus; achteraf bezien zou de voorgestelde punctie wellicht verstandig zijn geweest, daar deze de toen nog voor de hand liggende ontstekingscomponent had kunnen uitsluiten.

Toch ernstig gealarmeerd, verzamelde ik literatuur over kanker en constateerde o.m.,

Met name die factor zelfgenezing spoorde mij aan om vooralsnog de weg van bestraling en/of chemokuur niet te bewandelen. In dat verband bestudeerde ik de diëten van dr. Moerman en dr. Houtsmuller, verdiepte ik mij in o.m. de visualisatietechniek en volgde ik de Balanstherapie van dr. Arcadiy Beliavtsev, lid van de Wetenschappelijke Academie Oekraïne.

Simultaan daarmede had het aansporen c.q. herstellen van mijn immuunsysteem mijn grote aandacht, hetgeen resulteerde in:

·        een door dr. Gravez, in samenwerking met de Universiteit van Leuven, uit mijn bloed bereide entstof en

·        Iscador-injecties (Rudolf Steiner); een substraat van de maretak, beschreven in "Anthroposofische benadering van ziekte en geneesmiddelen", dat de kankercellen aanvalt, isoleert en tevens het totale organisme aanzet tot afweer. (noot redactie: zie pagina andere alternatieven voor informatie over Iscador en Kombucha)

Daarenboven dagelijks een glas Komboecha; een soort koude thee, gemaakt van een symbiose van gistcellen en bacteriën (een zwam), die zich niet door middel van sporen maar via broedknoppen voortplant. Komboecha produceert - naast tal van andere, niet gemakkelijk te definiëren antibiotische stoffen - vooral Glucuronzuur, vitamine B1, B2, B3, B6 en B12, alsmede foliumzuur en (rechtsdraaiend, dus) D-Melkzuur (+). Glucuronzuur ontstaat in de gezonde lever in voldoende mate en is nauwelijks synthetisch na te bootsen. In de lever bindt het gifstoffen die uit de eigen stofwisseling afkomstig zijn én gifstoffen die van buiten  het lichaam komen. Vervolgens worden deze via de gal naar de darm en via de nieren naar de urine afgevoerd. Gifstoffen die door het Glucuronzuur zijn gebonden, kunnen in de darm en in de urinewegen niet meer geresorbeerd worden. Zodoende heeft het zuur een zeer belangrijke ontgiftingsfunctie. Het gezonde organisme kan onder normale omstandigheden voldoende Glucuronzuur aanmaken, zodat in het algemeen een voldoende ontgifting gewaarborgd is. In ons leefmilieu, met een overvloed aan gifstoffen, wordt het echter gevaarlijk; een teveel aan gifstoffen in het lichaam is bevorderlijk voor het ontstaan van kanker en andere ziekten. Bovendien is nog van groot belang, dat Glucuronzuur in gebonden vorm de bouwsteen is van belangrijke polysacchariden, zoals hyaluronzuur (basissubstantie van het bindweefsel), chondroitinesulfaat (idem van het kraakbeen), mukoitinesulfaat (bouwsteen van het maagslijmvlies en het glasachtig lichaam van het oog) en heparine.

Desondanks steeg de psa gestaag en bereikte in juli 1998 een waarde van ruim boven de 30, hetgeen mijn innerlijke rust nauwelijks bevorderde en mij dan ook stimuleerde tot een bezoek aan een andere uroloog voor een second opinion.

Dit leidde tot:

·        een echografie, waardoor via ultrageluidsgolven een beeld wordt verkregen van omvang en vorm van de prostaat; simultaan werden foto's gemaakt;

·        een biopsie; verwijdering van een stukje weefsel (i.c. van de prostaat) ten behoeve van microscopisch onderzoek.

Resultaat: een histologisch bewezen prostaatcarcinoom. Het echografisch onderzoek toonde een vergrote prostaat met calcificaties. De random verkregen biopten wezen op een laaggradig carcinoom, rechts, Gleason 4; het biopt links was negatief.

Advies: gegeven de leeftijd van 60 jaar is, bij een bevestigd carcinoom, radicale prostatectomie een voor de hand liggende therapie.

Aangezien ik evenwel ook op mijn 60ste nog een uitgebalanceerd huwelijksleven leid, waarin ik bepaalde specifieke dimensies geenszins schuw, was "de man zonder prostaat" niet het ideaalbeeld dat ik voor ogen had. Ik stortte mij dan ook met nieuwe energie op alternatieve wegen en koos voor neuraaltherapie (NeyTumorin).

De psa liet zich echter niet vermurwen en bereikte in december 1999 de waarde 62.1

Tijdens de jaarwisseling werd ik opgeschrikt door bloed in de ontlasting. Een uitvoerig onderzoek volgde:

·        Coloscopie; endoresectie, tubuleus adenoom van rectosigmoid met matige dysplasie.

·        MRI-scan; een T3-tumor van de prostaat met ook geringe kliervergrotingen in het para-iliacale gebied.

·        Botscan; geen afwijkingen.

In overleg met de oncologisch chirurg en de gastro-enteroloog werd besloten tot frequente endoscopische controle.

Op eigen initiatief begon ik, geïnspireerd door een boek van Rudolf Breuss, aan een vastenkuur van 6 weken, waarbij gerefereerd werd naar ruim 40.000 genezen patiënten in Oostenrijk. 42 dagen geheel zónder vast voedsel met slechts een cocktail (verdeeld over 24 uur) van een halve liter vocht, bestaande uit bieten-, wortel- en selleriesap. Daarnaast enkele specifieke theesoorten ter stimulering van lever, gal en nieren.

Wellicht trok en trof mij daarbij de bijbelse parallel van 40 dagen, alhoewel ik het getal 40 symbolisch meende te moeten zien vanwege de noodzaak tot vochtinname. Bovendien kwam mij het reinigende effect van de kuur als voor de hand liggend voor.

Het zien eten van ánderen bracht mij bij voortduring in een staat van hoge opwinding en gaf mij aanleiding tot een bijna niet te onderdrukken neiging tot criminaliteit! Het niet mogen eten valt gedurende 42 dagen (!) nog wel op te brengen, doch de geur van eten en het zien eten van anderen brengt je geleidelijk tot razernij.  Geïnteresseerden verwijs ik in dat verband naar de roman “Het 25ste uur” van Virgil Gheorgiu, waarin, zij het uiteraard uit geheel anderen hoofde, dit proces magistraal beschreven wordt. Mijn omgeving vond mij overigens hoogst dragelijk in die tijd, hetgeen ik als een pleister op de geestelijke wonde ervoer.

Resultaat na 42 dagen:

·        een niet geringe mate van bewondering door echtgenote en kinderen;

·        een gewichtsverlies van circa 20 kg;

·        geen toereikende energie meer voor het dagelijks trimmen;

·        een Gleason 7 (bij hernieuwde biopsie)

·        een stijging van de psa naar 91.9 (9 maart 2000).

Ter informatie in dit verband:

Met de letter G (Gleason) wordt de graad van de tumor aangegeven; het geeft een indruk hoe agressief de desbetreffende tumor is. G3 (op een schaal van 1 tot 10) is reeds tamelijk agressief. Met de letter T wordt de uitgebreidheid van de tumor aangeduid. T 1 wil  zeggen, dat het een nog slechts oppervlakkige tumor betreft, die beperkt is tot b.v. het slijmvlies. De uitgebreidheid van de tumor en het soort weefsel bepalen welke behandeling gekozen wordt (kan worden). 

Ter illustratie: bij b.v. blaaskanker kan met een cystoscoop via de urinebuis worden gekeken om welke tumor het gaat. Een oppervlakkige tumor kan via de cystoscoop worden verwijderd; bij een tumor die verder in de blaaswand zit moet vaak de gehele blaas worden verwijderd.  (noot redactie: interessant is de nieuwste techniek met R.F.A.en prostaatkanker en leverkanker waarbij de tumoren als het ware worden weggeschroeid door een naald die met radiogolven wordt verhit. Een operatie is dan niet meer nodig. Zie meer informatie daarover in het verhaal van mw. N. no. 26 op pagina uw verhaal-mw.N)