7. Vervolg persoonlijk verhaal over immuunsysteem en diëeten

Terug nu naar mijn persoonlijke verhaal:

Ik realiseerde mij terdege, dat niet volstaan kon worden met het terugdringen van mijn psa-waarde; om met mijn vriend dr. W. v. E. te spreken: “Een man is méér dan een getal!”

Vragen –in uw ogen wellicht pedante-, die mij na deze hectische periode bezig hielden en die ik graag beantwoord zag, waren onder meer: 

·        Waarom werd juist ik door kanker verrast?”  (het argument erfelijkheid was daarvoor te simplistisch en voor de hand liggend) en

·         Hoe zat het toen met mijn immuunsysteem?”.

Een andere voor mij interessante vraag werd:

·        Waarom vindt de een baat bij het dieet van Moerman of Houtsmuller en de ander niet?”

Alvorens op die lange zoektocht nader in te gaan, is wellicht een korte inleiding zinvol.

Thorwald Dethlefsen en Rudiger Dahlke hebben een interessant boek geschreven, getiteld “De zin van ziek zijn”.

Alhoewel deze auteurs de nadruk leggen op o.m. de samenhang van lichamelijke klachten en psychische problemen, valt niet te ontkennen, dat ziekte functioneel is.

De arts Toussaint gebruikt als ondertitel van zijn lezenswaardige boek “Ziekte als lot en kans” de zin “aanleg, voorkoming en therapie van een beschavingsziekte: kanker” (de cursivering is van mij).

Als dus ziekte functioneel is en uit dien hoofde enkel en alleen een poging is van het lichaam om zich te ontdoen van een storende factor om daarmede de balans te herstellen, dan roept dit minstens twee vragen op:

·        waarom blijken er door de eeuwen heen mensen te bestaan, die temidden van besmette medemensen hun heroïsche arbeid verrichten zonder zelf besmet te raken en

·        waarom worden mensen volledig verrast door de diagnose van b.v. kanker en waarom verzuimde het immuunsysteem signalen af te geven en zich teweer te stellen?

Proberen we op deze vragen (een) antwoord te geven, dan hanteren we daarbij het schema van dr. Reckeweg, kosteloos verkrijgbaar bij de firma Heel of de betere reformwinkel.

Dit schema vangt aan bij uw geboorte en eindigt noodgedwongen bij de dood.

Het is een misvatting om aan te nemen, dat we bij onze geboorte met een schone lei beginnen. Niet alleen worden we als baby via de genen al geconfronteerd met (potentiële) defecten en sommige ziekten, doch bovendien worden we via placenta en later de moedermelk belaagd door storende factoren, gevolgd door de chemicaliën via babyzalf en poeder.

Als storende factoren kunnen -naast die chemicaliën- genoemd worden: insecticiden, pesticiden, zware metalen, virussen, bacteriën, parasieten, vitaminegebrek en endotoxinen (door het lichaam geproduceerde gifstoffen). Het immuunsysteem probeert zich van deze storende factoren te ontdoen en tracht dit volgens een bepaalde wetmatigheid: de verdedigingslinies werken “van buiten naar binnen”.

Fase 1 (in het schema van Reckeweg)

Via de huid wordt getracht de ongewenste stoffen kwijt te raken, hetgeen als huidziekten bij baby’s valt waar te nemen.

Het voorschrijven van zalfjes ontneemt het immuunsysteem dan de mogelijkheid haar taak te verrichten, reden waarom het terug moet vallen op haar twééde verdedigingslinie:

Fase 2

Hier hanteert het immuunsysteem ter eliminatie van de gifstoffen een dieper liggend weefsel, de slijmvliezen. Bij jonge kinderen signaleren we dan astma, KNO-klachten, allergieën e.d., waarbij we hopen, dat het kind “er wel overheen zal groeien”.

Dat zal in veel gevallen ook zo zijn, want als het lichaam niet al zijn gifstoffen kwijt kan raken, valt het  -naarmate het ouder wordt en steeds meer gifstoffen consumeert-  terug op haar volgende verdedigingslinie:

Fase 3

Hier worden we geconfronteerd met orgaanontstekingen.

Bovengenoemde fasen noemt Reckeweg de actieve fasen; het immuunsysteem is nog steeds in staat zich teweer te stellen tegen de storende factoren. Ná de derde fase ontbreekt het haar echter aan verdere verdedigingslinies en wordt het “stil”; de z.g. pseudo-stille fase 4.

Fase 4

In de pseudo-stille fase lijkt het alsof er niets gebeurt. We behoren nu tot de groep mensen, die “werkelijk nooit ziek zijn”, want het lichaam heeft daarvoor de energie niet meer; de signaalfunctie van het ziek zijn is weggevallen!

In deze fase kunnen de storende factoren ongehinderd alle weefsels binnendringen en schade toebrengen; ze kan enkele (tientallen) jaren duren, doch gaat vrijwel altijd acuut over in een fase van de degeneratieve ziekten (fasen 5 t/m 8).

We krijgen “zo maar” een hartaanval, terwijl we “nooit ziek waren”.

We laten fasen 5 t/m 8  (hart- en vaatziekten, rheuma e.d.), fase 9 (pré-kanker) en fase 10 (kanker) hier verder onbesproken en verwijzen daarvoor naar dr. Reckeweg.

Belangrijk is nu de vraag of we nog actie kunnen nemen  -en deze vraag geldt uiteraard niet alleen voor (gewezen) kankerpatiënten, doch  voor ieder van ons!

Duidelijk is, dat we de storende elementen in al hun verschijningsvormen zo veel mogelijk zullen moeten trachten te elimineren; doen we dat niet, dan zullen we voortschrijden volgens het schema van Reckeweg.