8) Levend bloedonderzoek en hyperthermie (december 2002-februari 2003)
Dr Klatte deed –op 29 november 2002- levend
bloedonderzoek: hij nam een druppeltje en liet ons op zijn beeldscherm mee
kijken naar wat hij zag. Hij constateerde dat het bloedbeeld niet slecht was en
dat het immuunsysteem in redelijke conditie leek, gezien de diagnose en
behandelgeschiedenis van Peter. De rode bloedcellen hadden een over het algemeen
een redelijke regelmatige vorm, maar hier en daar was sprak van klontering. In
het bloed waren ook afvalproducten zichtbaar. Het aantal witte bloedcellen viel
niet tegen. Wel zouden de witte bloedcellen actiever moeten zijn: “Er is wel blauw op straat, maar ze moeten meer rondlopen en actiever
ingrijpen.” Hij schreef een zeer hoge dosis vitamine A voor, omdat dat de
effectiviteit van de bestraling nog zou kunnen vergroten (apoptose-inductie).
Verder vulde hij de orthomoleculaire lijst van Bolhuis aan met olijfbladextract
en met quercetine. Wij raakten
overtuigd van het nut van hyperthermie
en maakten een serie afspraken. Klatte raadde aan om spirulina te slikken en dit
thuis te combineren met bestraling door een rode lamp.
In een periode van ongeveer twee maanden kwamen we wekelijks op de praktijk voor de hyperthermie. De bezoeken aan Den Haag ervaarden wij – net als later die aan Keulen - als zeer prettig. Zwaar, maar bevredigend, omdat je het gevoel had dat je je immuunsysteem een enorme impuls gaf. Aanvankelijk lukte het zeer goed om een hoge lichaamstemperatuur te bereiken. Op 19 februari 2003 werd er opnieuw levend bloedonderzoek gedaan. Het immuunsysteem zag er prima actief uit. Veel zeer actieve witte bloedcellen en veel minder klontering in de rode bloedcellen.
Omdat de hyperthermie de laatste sessies echter minder goed lukte –het leek Peter steeds zwaarder te vallen om een hoge lichaamstemperatuur te bereiken – en omdat zich door een second-opinion traject nieuwe ontwikkelingen hadden voorgedaan (zie hierna), was de tijd rijp om ons op andere behandelalternatieven te oriënteren.




